Kind en voeding

Eetgedrag vormt zich tijdens de eerste levensjaren.

Kinderen leren wat, wanneer en hoeveel ze moeten eten door de directe ervaringen met voedsel en door het eetgedrag van anderen te observeren. In de toenemende prevalentie van overgewicht en obesitas in Nederland onder alle leeftijdsgroepen, inclusief zeer jonge kinderen, is inzicht nodig in de factoren die het eetgedrag tijdens de kindertijd beïnvloeden om de voedingspatronen en gezondheidsstatus van deze leeftijdsgroep te verbeteren. We zullen de gedragsfactoren beschrijven die de ontwikkeling van voedselacceptatie bepalen,

waaronder voedselselectie en voedselvoorkeuren, evenals de regulering van voedselinname bij jonge kinderen. Hoewel een reeks omgevingsfactoren direct van invloed kan zijn op de ontwikkeling van eetgedrag van kinderen, zal de primaire focus liggen op de manieren waarop u als ouder of verzorger de eetomgeving en het eetgedrag van uw kind beïnvloed.

Ondervoeding en voedselschaarste

In de geschiedenis zijn ondervoeding en voedselschaarste grote bedreigingen geweest voor het voortbestaan van kinderen, de huidige manier van voeden door de ouders of verzorgers zijn geëvolueerd als reactie op deze bedreigingen. De huidige manier van voeden waarbij diverse gedragingen zoals het verstrekken van grote porties voedsel en het aanmoedigen van kinderen om te eten, zijn nog steeds in de meeste culturen aanwezig. Zo ook het troosten van kinderen door eten. Denk hierbij aan een snoepje als het kind is gevallen. Het troost eten wordt hierdoor aangeleerd. Het feit dat in veel regio’s de balans is verschoven van voedselschaarste naar voedseloverschot is overconsumptie een nieuwe bedreiging geworden incl. het troosteten.

Borstvoeding

In het eerste levensjaar vind een periode van snelle fysieke, sociale en emotionele groei plaats, waarin ook eetpatronen ontstaan. Tijdens dit eerste jaar gaan baby’s over van het consumeren van een enkel voedingsmiddel (d.w.z. moedermelk of flesvoeding) naar het

consumeren van een verscheidenheid aan voedingsmiddelen die meer kenmerkend zijn voor een volwassen dieet. Deze overgang stelt baby’s in staat om over voedsel te leren door directe ervaring, maar ook door observatie van het eetgedrag van anderen. Borstvoeding en de voorbeelden van ouders of verzorgers in de peuterjaren spelen een belangrijke rol bij het vaststellen van eetgedrag op de langere termijn. Borstvoeding wordt aanbevolen als de optimale voedingsmethode voor de eerste levensmaanden, mede vanwege het toenemende bewijs dat borstvoeding een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van het latere eetgedrag van een kind. Borstvoeding speelt een rol bij de ontwikkeling van de reactie van een kind op interne signalen van honger en verzadiging en kan de ontwikkeling van zelfregulerend vermogen tijdens het voeden bevorderen. Daarnaast heeft borstvoeding ook een positieve invloed op de acceptatie van smaken in de voeding. Als gevolg hiervan worden zuigelingen blootgesteld aan een meer gevarieerde smaakervaring, afhankelijk van de variëteit van het dieet van de moeder. Als gevolg hiervan accepteren zuigelingen die borstvoeding krijgen nieuwe voedingsmiddelen mogelijk meer en zullen ze later in hun leven waarschijnlijk een gevarieerder dieet consumeren, afhankelijk van de variëteit van het dieet van de moeder tijdens de borstvoeding.

Eetgedrag en omgeving

Ouders of verzorgers beïnvloeden het eetgedrag van kinderen op verschillende manieren. Zij maken keuzes voor voeding voor het gezin en dienen tegelijk ook als voorbeeld voor deze voedingskeuzes en -patronen. Bijvoorbeeld als de moeder geen prei lust dan komt de prei waarschijnlijk ook niet op tafel te staan. Opvoedgedrag wordt ook beïnvloed door de kenmerken van het kind zoals leeftijd, geslacht, gewichtsstatus en eetgedrag. Ouder, kind én omgeving beïnvloeden elkaars eetgedrag en reageren erop. Dus, positieve sociale voorbeelden van eetgedrag is een indirecte, maar kan een effectieve manier zijn voor het bevorderen van gezondere voeding bij kinderen.

“ Doe zoals ik doe” en niet “doe wat ik zeg”

Over wat bekend is over het effect van voorbeelden op het eetgedrag van kinderen, is er consistent bewijs dat de responsieve “doe zoals ik doe’-benadering een sterker positief effect heeft op de consumptiepatronen van kinderen dan de niet-reagerende ‘doe wat ik zeg’-benadering van ouderschap.

Tips

– Zet je eigen voorkeuren voor voeding opzij, wees neutraal

– Als het kan geef dan borstvoeding en varieer zelf in je inname van voeding

– Betrek je kind bij het verzinnen van recepten, boodschappen en koken

– Leer wat gezond eten is en laat zien waar het eten vandaan komt

– Zorg ervoor dat je kind troost- of gezelligheidseten niet aanleert

– Creëer variatie in ontbijt, lunch en avondeten

– Zet de pannen niet op tafel neer tijdens het avondeten

– Eet aan tafel

– Schep geen grote porties op

– Geef alternatieven voor snoep i.p.v. niks

– Zorg voor goede voorbeelden